Jan Kooijman
Buitenlandse gevangenissen: Hollanders in de cel

De titel dekt de lading: in
Buitenlandse gevangenissen: Hollanders in de cel reist Jan Kooijman de wereld
over om de verhalen van Nederlandse gevangenen te vertellen.
De belangrijkste vraag eerst:
wáár moeten we vooral níet worden opgepakt?
"Panama. Het is er
ongelooflijk vies en ze zitten met twintig man in één cel. Meerdere gevangenen
hebben medische zorg nodig, maar er wordt niet naar ze omgekeken. Het is een
getto, gevaarlijk en één grote rotzooi. Maar dat is het in alle gevangenissen
die ik heb bezocht. De bewaking is vaak corrupt; hoeveel geld je hebt, bepaalt
je leefgenot. En als buitenlander sta je al met 2-0 achter, omdat je uit het
buitenland komt én omdat je de taal niet spreekt. Dan kun je alleen op brute
kracht proberen te overleven. Ik hoorde verhalen over verkrachtingen en zelfs
over mannen die zichzelf aanbieden in ruil voor bescherming.”
Wat kunnen we van het
programma verwachten?
"Ik portretteer Nederlanders
die om welke reden dan ook in het buitenland in de gevangenis terecht zijn
gekomen. De meesten voor drugssmokkel – er al dan niet ingeluisd. Ik ontmoet
gewone mensen die je op straat zo voorbij zou lopen. Ze hebben een fout gemaakt
waardoor ze in een levende hel zijn beland, waar ze nog jaren moeten blijven.
Hoe leven ze daar? En wat moeten ze doen om te óverleven?”
Wat is jouw rol als
presentator?
"Je volgt mij tijdens mijn
reis naar de gevangenen en krijgt ook mee wat we onderweg aan problemen
tegenkomen. Want wat we van tevoren met instanties hebben afgesproken, blijkt
soms ter plekke opeens niet meer te kunnen. De bureaucratie is enorm. Eenmaal
binnen ga ik met de gevangene in gesprek, maar ik spreek ook familieleden in
Nederland. Het heeft z’n weerslag op het hele gezin. De emoties thuis gaan van
verdriet naar teleurstelling en van woede naar wanhoop en angst.”
Hoe makkelijk is het om
iemand te portretteren die in een buitenlandse gevangenis zit?
"Het is ingewikkeld.
Gelukkig krijgen we hulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken en de
ambassades. Maar dat neemt niet weg dat de instanties die we in het buitenland
nodig hebben niet altijd prettig meewerken. Het cultuurverschil speelt een rol
en communicatie is ingewikkeld. Ondanks al die obstakels hebben we wel zeven erg
goede portretten weten te maken en kunnen we veel – ook choquerende – dingen
laten zien.”
Welk verhaal kwam het hardst
bij jou aan?
"Ze kwamen allemaal
behoorlijk bij me binnen. Bijvoorbeeld een meisje van twintig dat met haar
broer naar Ecuador reisde om vanuit daar drugs te smokkelen naar Nederland. Het
ging mis, dat is duidelijk. Maar in de gevangenis voelde ze zich niet zo lekker
en bleek ze zwanger. Ze is daar bevallen van een zoontje dat nu al twee jaar
bij haar in de gevangenis woont. Je wilt geen kind krijgen en opvoeden in een
buitenlandse cel, maar voor haar is haar zoontje ook een geluk bij een ongeluk.
Dankzij hem wordt zij meer met rust gelaten door de andere gevangenen. Hij is
haar lijfbehoud, ze is veiliger met hem bij zich.”
Eigen schuld, dikke bult?
"Mensen die de fout in gaan,
moeten daarvoor worden gestraft. Maar ook al heb je de misdaad heel bewust
gepleegd, dan zou ik het beter vinden als je de straf – al is het gedeeltelijk
– thuis kunt uitzitten. Want in het buitenland is het echt een hel. Ja, ze
hebben een fout gemaakt, maar geloof me: gevangen zitten in het buitenland is
een wel erg zware straf.”
Fotografie: William Rutten






