Nederlandse kabel wordt via wetgeving opengebroken

De Tweede Kamer heeft vandaag een wet
aangenomen waardoor kabeltelevisieaanbieders in de toekomst verplicht worden het
analoge zenderaanbod aan andere bedrijven voor doorverkoop beschikbaar te
stellen.
De bij de wet verplichte doorverkoop
van het analoge zenderaanbod bij kabelbedrijven is onderdeel van de nieuwe
telecommunicatiewet die vandaag door de Tweede Kamer bij meerderheid is
aangenomen. Wanneer de doorverkoop van het analoge zenderaanbod bij
kabelbedrijven van start gaat is nog niet bekend. De wijzigingen in de nieuwe
telecommunicatiewet moet eerst nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd. De
verwachting is echter dat dit geen problemen gaat veroorzaken.
De OPTA brak vorig jaar de Nederlandse
kabel al open door kabelbedrijven Ziggo en UPC te verplichten om tegen
vastgestelde prijzen andere aanbieders toegang tot het de kabelnetten van de
beide kabelbedrijven te geven waardoor wederverkoop mogelijk zou worden. Tele2
maakte direct van de door de OPTA gecreëerde mogelijk gebruik. Het maakte zelf
al met contentaanbieders – de televisiezenders dus – afspraken over de
distributierechten van televisiezenders die bij de wederverkoop betrokken
zouden zijn. Daarbij was ook de Britse publieke omroep BBC, die tot dat moment
alleen met kabelbedrijven sluitende distributieovereenkomsten had gesloten. In
augustus 2010 besloot het Collega van Beroep voor het Bedrijfsleven echter de
door de OPTA gemaakte opening in de kabelmarkt weer te dichten door besluiten
van de OPTA – in hoger beroep door Ziggo en UPC ingesteld – te vernietigen.
In de loop van dit jaar wordt de
kabelmarkt alsnog – via harde wetgeving – voor het analoge zenderaanbod voor
wederverkoop door andere bedrijven dan alsnog definitief opengebroken. In de
nieuwe wetgeving wordt ook bepaald wat voor vergoeding voor wederverkoop van
het analoge zenderaanbod zullen gaan gelden. De grondslag hiervoor zijn
amendementen van PVDA-Tweede Kamerlid Martijn van Dam. Hierdoor wordt in de
mediawet verankerd dat kabelbedrijven verplicht worden de kabel voor andere
aanbieders open te stellen. Tot deze nieuwe wetgeving moest de OPTA vaststellen
of een kabelbedrijf over een vorm van monopoliemacht beschikte.
Naast het openstellen van de analoge
kabelmarkt zijn andere amendementen erop gericht dat telecomwaakhond OPTA de
macht krijgt om bij het niet naleven van de nieuwe wetgeving kabelbedrijven te
kunnen verplichten het kabelnetwerk voor andere aanbieders open te stellen. Een
tweede amendement laat de verzwaarde motiveringsplicht voor de OPTA vervallen.
Hierdoor wordt het voor de OPTA ook mogelijk bij kabelbedrijven met een grotere
marktpositie ook het digitaal zenderaanbod voor wederverkoop door andere
aanbieders open te stellen. Ook deze twee aanvullende amendementen worden pas
actief wanneer de Eerste Kamer de wijzigingen in de nieuwe telecommunicatiewet
wordt goedgekeurd.










