NOS wil kijk- en luistergeld terug

Als het aan NOS-directeur Jan de Jong ligt, komt het kijk-
en luistergeld zo snel mogelijk terug. De Jong deed deze uitspraak in
het Radio 1-programma De perstribune van Omroep MAX.
Het is niet de eerste keer dat Jan de Jong voor de
herinvoering van het kijk- en luistergeld pleit. Ook NPO-baas Henk Hagoort deed
in 2010 soortgelijke uitspraken. In 2001 werd het kijk- en luistergeld
vervangen voor een stelsel waarbij bijdrage voor de publieke omroep centraal
via de inkomstenbelasting werd geregeld. Van de inkomsten die bij het
ministerie van Financiën binnenkomen, bepaalt het kabinet hoeveel geld er
jaarlijks naar de publieke omroep gaat.
Kabinet verdient aan NPO
De opbrengsten van de belastinginning voor het bekijken en
beluisteren van de publieke omroep zijn hoger dan de jaarlijkse afdracht aan de
publieke omroep. Door diverse bezuinigingen krijgt de NPO de helft van het
bedrag dat de Nederlander verplicht voor de publieke omroep in de schatkist
stort. Naast het financiële aspect is onafhankelijkheid van de publieke omroep
voor NOS-directeur Jan de Jong belangrijk. "Onafhankelijke financiering zoals
in Duitsland en Engeland waar je kijk- en luistergeld hebt - zoals we ook tot
in 2001 in Nederland hadden – is belangrijk. Dat is een veel zuiverdere vorm
van financiering want dan bepaalt Hilversum wat voor programma's je uitzendt en
niet Den Haag", aldus De Jong op Radio 1.
Meer invloed
Jan de Jong doelt hiermee op de groter wordende invloed die
de Tweede Kamer op de uitgezonden programma’s bij de publieke omroep wil
hebben. Zo waren er onlangs Kamervragen over de nieuwe
uitzendrechtenovereenkomst waardoor samenvattingen van de Eredivisie drie jaar
langer bij de publieke omroep te zien zijn. "Het bedrag dat aan rechten wordt
betaald, is al vijftien jaar van dezelfde omvang en is Europees gezien relatief
laag. Zo wordt in Engeland elke twee dagen het bedrag dat wij per jaar betalen voor
de voetbalrechten betaald", luidt het verweer van de NOS-baas.










