Providers moeten decoders en diensten meer toegankelijk maken

Aanbieders van televisiediensten zoals Ziggo, KPN en Odido moeten hun decoders, apps en elektronische programmagidsen toegankelijk maken voor mensen met een beperking. Dat is het gevolg van de Europese Toegankelijkheidsrichtlijn, die op 28 juni 2025 in werking is getreden. De regels gelden voor zowel de apparatuur als de diensten waarmee kijkers toegang krijgen tot televisie- en streamingaanbod. De grote tv-providers in Nederland zijn overigens al langere tijd bezig met het meer toegankelijk maken van eigen apparatuur en diensten. De mogelijke extra inspanning door deze nieuwe regels is voor hen dan ook beperkt.
Europese regels voor tv-kijken
De Europese Toegankelijkheidsrichtlijn regelt dat producten en diensten die onder de richtlijn vallen voor iedereen toegankelijk moeten zijn, zodat ook mensen met een beperking er gebruik van kunnen maken. Het gaat daarbij vooral om digitale producten en diensten. Voor de televisiesector betekent dit concreet dat de regels gelden voor fysieke apparaten die toegang geven tot audiovisuele mediadiensten, zoals televisies (inclusief de afstandsbediening) en mediaspelers zoals de settopbox.
Ook de diensten zelf vallen onder de nieuwe wetgeving. Het gaat dan niet om de content zelf, maar om de manier waarop iemand een programma kan kiezen en instellen, bijvoorbeeld via de app van een streamingdienst.
Programmagids moet bedienbaar zijn voor iedereen
Een belangrijk onderdeel van de richtlijn is de elektronische programmagids (EPG). EPG's moeten waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn, zodat ook iemand die blind is een tv-programma kan selecteren. Daarnaast moeten programmagidsen informatie geven over de beschikbaarheid van toegankelijkheidsopties, bijvoorbeeld of een programma ondertiteling bevat.
Voor decoders en mediaspelers gelden vergelijkbare eisen. Als de mediadienst toegankelijkheidsinformatie of -functies meestuurt met de content, dan moet het apparaat dit doorgeven. Voorbeelden zijn het doorgeven van ondertiteling, zorgen dat een blinde gebruiker audiodescriptie aan of uit kan zetten, of de mogelijkheid om toegankelijkheidsfuncties direct met een knop op de afstandsbediening in te schakelen.
Commissariaat voor de Media houdt toezicht
In Nederland is het toezicht verdeeld over verschillende instanties. Het Commissariaat voor de Media controleert e-boeken en diensten die toegang geven tot audiovisuele mediadiensten, de Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) houdt toezicht op producten zoals televisies, en de Autoriteit Consument & Markt (ACM) op elektronische communicatiediensten.
Het belang is groot, benadrukt de mediawaakhond. In Nederland gaat het om zo'n 5,5 miljoen mensen met een beperking, binnen heel Europa zelfs om 101 miljoen mensen. Als een bedrijf zich niet aan de richtlijn houdt, kan de toezichthouder een waarschuwing geven of een boete opleggen.
Overgangsperiode tot 2030
Providers hoeven niet al hun bestaande apparatuur per direct te vervangen. Nieuwe producten die vanaf 28 juni 2025 op de markt worden gebracht, moeten voldoen aan de eisen van de richtlijn. Voor producten die daarvoor al in de handel waren, geldt in de meeste gevallen een overgangsperiode. Diensten die al vóór 28 juni 2025 bestonden, mogen tot uiterlijk 28 juni 2030 gebruikmaken van bestaande systemen.
Er zijn wel uitzonderingen. Een dienstverlener kan zich in uitzonderlijke gevallen beroepen op een onevenredige last, bijvoorbeeld bij buitensporige organisatorische of financiële lasten. Het ontbreken van prioriteit, tijd of kennis geldt daarbij niet als legitieme reden.





