Raad van State buigt zich over Ziggo-uitspraak rechtbank Groningen

Deze week heeft bij de afdeling
bestuursrechtspraak van de Raad van State een hoorzitting plaatsgevonden over
een uitspraak de rechtbank Groningen in een conflict tussen Ziggo en de
programmaraden Breda en Noord-Holland.
Deze uitspraak van 28 februari dit
jaar heeft onlangs een belangrijke rol gespeeld in uitspraak van het
Commissariaat voor de Media in een geschil tussen de vier programmaraden in het
Ziggo verzorgingsgebied en dit kabelbedrijf. Ziggo volgde het programma-advies
van de programmaraden van Friesland, Delft, Amstelveen en Limburg niet op
waardoor deze programmaraden bij het Commissariaat voor de Media een
handhavingsverzoek indiende. Dit werd – onder meer verwijzend naar deze
uitspraak van de rechtbank Groningen – afgewezen.
Niet alleen de programmaraden Breda en
Noord-Holland hadden tegen het vonnis van de rechtbank Groningen een
bezwaarprocedure ingesteld. Ziggo deed dit ook. Ziggo kreeg namelijk een
symbolische boete van 1 euro en de opdracht om het advies van de programmaraden
van Breda en Noord-Holland op te volgen. Het ging hier echter alleen om het
bindend advies van de eerste vijftien analoge kanalen uit het programma-advies.
Ook beide programmaraden gingen bij de Raad van State tegen de uitspraak van de
rechtbank Groningen in hoger beroep. Zij vinden namelijk dat de rechtbank er
niet van had mogen uitgaan dat zij alleen adviseren over 15 analoge zenders in
het wettelijk minimumpakket, maar over het totale analoge pakket.
De uitspraak van de rechtbank
Groningen had overigens nog meer nuances op het gebied van minimum eisen waar
een programmaraadadvies aan moet voldoen. Zou stelt het onder andere dat het
geadviseerd programma-aanbod van de eerste 15 tv-zenders pluriform moet zijn en
dient te bestaan uit het programma-aanbod van zowel publieke als commerciële
omroepen. De eerste 15 tv-zenders uit het programma-advies zijn bindend en
alleen bij zwaarwegende redenen kan een kabelbedrijf hiervan afwijken. Dit
bindend gedeelte bestaat uit de 7 must-carry tv-kanalen – de drie Nederlandse
publieke omroepen, de twee Vlaamse publieke omroepen en de regionale- en lokale
omroep – en 8 aanvullende kanalen die programmaraden onder voorwaarden zelf
mogen bepalen.
Uit het besluit betreffende het
handhavingsverzoek van de programmaraden Friesland, Delft, Amstelveen en Limburg
dat het Commissariaat voor de Media onder de noemer commerciële omroep de best
bekeken commerciële tv-zenders laat vallen. Hoewel deze overheidsinstantie verder
niets zegt over welke commerciële omroepen dat dan moeten zijn kan wel gesteld
worden dat het hier gaat om zenders van RTL Nederland en SBS Nederland.
Het hoger beroep bij de Raad van State
over de uitspraak van de rechtbank Groningen kan daarom invloed hebben op eventuele
bezwaarprocedures tegen het afwijzen van het handhavingsverzoek van de vier
programmaraden.










