Hoeveel wordt Videoland na overname Viaplay duurder? Die 26 euro per jaar kun je vergeten

Sinds bekend werd dat DPG Media voor Videoland de Nederlandse activiteiten van Viaplay overneemt, speelt de vraag wat dit betekent voor de abonnementsprijs. Mediakenner Elger van der Wel rekende het voor: de Formule 1-rechten zouden naar verluidt zo'n 45 miljoen euro kosten. Verdeeld over de circa 1,7 miljoen Videoland-abonnees komt dat neer op ongeveer 26 euro per abonnee per jaar. Overzichtelijk, zo lijkt het. Toch vertelt die som maar een fractie van het verhaal.
Veel abonnees betalen juist weinig
Wie de rekensom serieus neemt, stuit meteen op een probleem. Een fors deel van de kijkers zit helemaal niet op een duur pakket. Ongeveer de helft kiest voor het goedkoopste Basis-abonnement, dat sinds maart 6,99 euro per maand kost. Daarnaast kun je via de gratis TV Gemist-variant nog altijd RTL-programma's terugkijken. Dit is de opvolger van het ooit kosteloze RTL XL, dat volledig in Videoland is opgegaan. En dan zijn er nog de vele abonnees die Videoland met korting of zelfs gratis kijken via een bundel bij KPN, Ziggo of Odido. Die groep draagt nauwelijks bij aan de rechtenkosten, waardoor de last op de overige abonnees toeneemt.
Rechten zijn nog maar het begin
Bovendien zijn die 45 miljoen euro alleen de kale uitzendrechten van de Formule 1. Om er daadwerkelijk televisie van te maken, komt daar een flinke rekening bovenop: commentatoren en analisten langs het circuit, presentatoren en experts in de studio, de omlijstende studioprogramma's én de volledige productie eromheen. Ook is de Formule 1 is niet het enige waarvoor Videoland straks de portemonnee trekt. Viaplay betaalt de hoofdprijs voor onder meer Premier League- en Bundesliga-voetbal en voor het darten van de PDC. Voor elk van die competities geldt exact hetzelfde: de rechten zijn slechts het begin van de uitgaven.
Techniek kost óók geld
Ook achter de schermen loopt de rekening op. Videoland moet fors investeren in extra capaciteit om meerdere gelijktijdige livestreams voor grote aantallen kijkers zonder haperingen aan te bieden. Daarbovenop komt de beeldkwaliteit: voor vloeiende live sport moet het aantal beelden per seconde verdubbelen van 25 naar 50, en mogelijk moeten de streams met meer bandbreedte worden geleverd. Meer capaciteit betekent hogere kosten.
De rekensom die niet klopt
En dan de kern van de zaak. Als sport Viaplay écht maar 26 euro per abonnee per jaar had gekost, was de Nederlandse tak een goudmijn geweest. De overnameprijs had dan ver boven de nu betaalde 142 miljoen euro gelegen, en van een noodzaak tot verkoop was helemaal geen sprake geweest. Dat Viaplay ondanks een omzet van zo'n 149 miljoen euro toch afscheid neemt, zegt genoeg: de werkelijke kosten van live topsport liggen een veelvoud hoger dan die ene, geruststellende 26 euro.





