Van 30 naar 10 zenders: staat de Mediawet een slank tv-pakket in de weg?

Providers als Ziggo, KPN en Odido verliezen kijkers aan Netflix, Videoland en NLZIET. Een kleiner en goedkoper basispakket zou die uitstroom kunnen remmen, maar de Mediawet laat dat niet toe. De discussie over de wettelijke ondergrens van 30 zenders laait daardoor opnieuw op.
Wat de wet precies voorschrijft
Sinds 1 januari 2014 bepaalt de Mediawet 2008 dat het digitale standaardpakket van een pakketaanbieder minimaal 30 televisiezenders telt. Daarvoor lag die grens op 15 zenders; de verhoging moest een gevarieerd basispakket veiligstellen en kwam in de plaats van de lokale programmaraden.
Binnen die 30 zenders vallen de verplichte must-carry-zenders. Dat zijn de landelijke publieke zenders, drie zenders van de Vlaamse publieke omroep, per provincie één regionale en per gemeente één lokale publieke zender. De overige plekken mag de aanbieder zelf invullen; pas bóven de 30 zenders mag hij zenders onderbrengen in betaalde pluspakketten.
In de praktijk zit niemand aan het minimum
Het Commissariaat voor de Media controleert dit jaarlijks. In 2026 bestaat een standaardpakket gemiddeld uit 54 televisiezenders, verdeeld over veertien genres, en scoort de diversiteit 0,88 op een schaal tot 1. Alle aanbieders met meer dan 100.000 abonnees voldoen aan de doorgifteverplichting.
Waarom tien zenders logisch klinkt
Juist die ruime pakketten wringen. Wie vooral streamt maar het nieuws, sport en een handvol Nederlandse zenders wil houden, betaalt nu mee aan tientallen zenders die nooit worden aangezet. Een minimum van tien zenders zou providers ruimte geven voor een slank instapabonnement zonder grote bruikleendecoder. Zolang de ondergrens op 30 staat, kan dat simpelweg niet.
De discussie is bepaald niet nieuw
Al in 2016 wilde staatssecretaris Sander Dekker van het vaste zenderpakket af, omdat ruim drie op de vijf consumenten hun pakket zelf willen samenstellen. Een jaar later stelde hij voor de verplichting te schrappen en te vervangen door een must-carry van acht zenders. De Vereniging van Commerciële Omroepen, met onder meer RTL en SBS, luidde de noodklok: kijkers zouden minder zenders voor meer geld krijgen. Wet werd het nooit.
Opvallend: volgens onderzoek van het Commissariaat schrijft geen enkel ander Europees land een minimumaantal zenders voor. Must-carry-regels kent vrijwel elk land wél. Sommige providers waaronder Ziggo en DELTA hebben zelf een bak boter op hun hoofd. Zij besloten de ESPN-zenders – in principe premium betaalzenders – verplicht voor alle klanten in het basispakket te plaatsen tegen een eveneens verplichte prijsverhoging van 2,50 per maand. In plaats van dit pakket kleiner en dus goedkoper te maken, zorgde zij met deze handeling dat het basispakket uitgebreider en onnodig duurder werrd.
Wat pleit tegen verlaging
De regeling is gunstig voor commerciële omroepen, die voor hun bereik en reclame-inkomsten afhankelijk zijn van opname in een breed pakket. Daarnaast wijst het Commissariaat erop dat de doorgifteverplichting journalistieke programma's laagdrempelig en goedkoop bereikbaar houdt. Het Commissariaat pleitte in zijn wetgevingsbrief 2026 wel voor modernisering van de Mediawet, omdat die niet meer aansluit bij hoe mensen media gebruiken.
De kernvraag blijft: hoort daar ook een lagere zenderdrempel bij?





